Goede zorg? Fair tarief!

Goede zorg voor jeugdigen valt of staat met toereikende middelen voor voldoende goed opgeleid en gemotiveerd personeel. Goede afspraken over tarieven zijn daarom cruciaal. Hiervoor is een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) ‘Reële tarieven’ in de maak. Tot die tijd is er de handreiking ‘inzicht in tarieven’.

Reële tarieven

Het is belangrijk dat er een goed gesprek gevoerd wordt tussen gemeenten en aanbieders over de opbouw van tarieven en de totstandkoming ervan. Op sommige plekken in het land wordt dit gesprek al gevoerd, maar te vaak is er sprake van eenzijdige besluiten vanuit gemeenten waardoor aanbieders niet alleen onder druk komen te staan bij het leveren van kwalitatief goede zorg, maar de administratieve lasten ook onnodig verhoogd worden. De handreiking ‘inzicht in tarieven’ helpt om het goede gesprek tussen gemeenten en aanbieders te faciliteren, zodat wederzijds rekening gehouden wordt met elkaars positie en de mogelijkheden voor het organiseren van goede jeugdhulp. De handreiking heeft daarnaast definities gefomuleerd die uniform gebruikt zouden moeten worden. Uniformiteit is voor aanbieders cruciaal om de administratieve lasten te beperken, maar ook om discussies tussen aanbieders en gemeenten te voorkomen over wat wel en niet onder het tarief valt. Betrek aanbieders bovendien zo vroeg mogelijk bij de aanbestedingsprocedure en de totstandkoming van tarieven..

‘Goede zorg, fair tarief’
Jeugdzorg Nederland-voorzitter Hans Spigt benadrukt al vele jaren het belang van reële tarieven voor jeugdzorg: ‘Ik zie dat veel gemeenten en regio’s kiezen voor het aanbesteden van jeugdzorg en daarbij lijkt het dan toch vooral om ‘de (laagste) prijs’ te gaan en is er in de praktijk weinig ruimte om te investeren in innovatie en ‘kwaliteit’. Dat baart me zorgen, want kwalitatief goede jeugdzorg leveren tegen een te laag tarief gaan we niet volhouden. Van jeugdzorgorganisaties wordt uiteraard verwacht dat ze ook investeren in de transformatie, in nieuwe ontkokerde / integrale werkwijzen, in (bij)scholing van personeel, etc. Het is belangrijk dat ‘onze professionals in de wijk’ daar tijd en ruimte voor krijgen.’ 

Column Hans Spigt ‘Goede zorg, fair tarief’

Handreiking ‘Inzicht in tarieven’

Op veel plekken in Nederland zijn opdrachtgevers en opdrachtnemers al met elkaar in gesprek over de opbouw van tarieven en de totstandkoming ervan. Ze spreken elkaar in één-op-één-gesprekken of in sessies waaraan meerdere aanbieders deelnemen. Voorafgaand aan het voeren van dit gesprek ontwikkelen gemeenten in regionaal verband, in overleg met aanbieders, medewerkers, (vertegenwoordigers van) jeugdigen en hun ouders of wettelijke vertegenwoordigers en ketenpartijen, een heldere visie. Deze visie vormt de basis voor de inkoopdocumenten en de daaropvolgende contractbesprekingen. Daarvoor is het noodzakelijk dat elke regio in beeld heeft wat de gezondheidsopgave voor de komende periode is.

Hoewel het gesprek over de opbouw van tarieven al regelmatig gevoerd wordt, gebeurt dit echter nog niet overal, bijvoorbeeld omdat er soms in het inkoopproces onvoldoende gelegenheid voor is gecreëerd. Het goede gesprek en overeenstemming over prijsbepalende elementen is cruciaal om reële tarieven te kunnen hanteren. Een dergelijk gesprek is vooral van belang voor cruciale jeugdhulpaanbieders en GI’s. Daarom hebben de VNG en de jeugdbranches afgesproken dat gemeenten op zijn minst met deze aanbieders het goede gesprek voeren over de opbouw en totstandkoming van tarieven. Maar ook voor andere aanbieders is een dergelijk goed gesprek (in collectieve setting) van belang. Met het ‘goede gesprek’ wordt bedoeld wederzijds (opdrachtgever en opdrachtnemer) rekening houden met elkaars positie en mogelijkheden voor het organiseren van de jeugdhulp. Tijdens het goede gesprek maken aanbieders de opbouw van hun kostprijs inzichtelijk. Wanneer gemeenten en/of cruciale jeugdhulpaanbieders of GI’s onvoldoende gelegenheid ervaren om het goede gesprek te voeren, kunnen zij dit melden bij de Jeugdautoriteit. 

Als hulpmiddel bij het goede gesprek hebben convenantpartijen gezamenlijk een handreiking opgesteld. De handreiking geeft inzicht in de uitdagingen waar partijen voor staan en biedt handvatten voor gezamenlijke taal en informatiebasis. Convenantpartijen spreken af dat opdrachtgevers en opdrachtnemers de handreiking als hulpmiddel gebruiken in het gesprek over de opbouw en totstandkoming van tarieven. Daarbij is deze handreiking van toepassing op alle aanbieders en niet alleen de cruciale jeugdhulpaanbieders en GI’s. De Jeugdautoriteit monitort of het goede gesprek over tarieven gevoerd wordt en of de handreiking daarbij gebruikt wordt.’